Fragment uit het jubileumboek

Vandaag, 6 mei 2018, bestaat Zaalvoetbal vereniging Hovocubo 52 jaar. Hoe is de club eigenlijk ontstaan?

Af en toe brengen we een fragment uit het jubileumboek op de site en koppelen we deze aan de interactieve pagina van deze. (klik hier om naar de interactieve pagina te gaan). Het boek beschrijft de geschiedenis van het Nederlandse zaalvoetbal met Hovocubo als rode draad. Alle ontwikkelingen van de KNVB, de grote clubs waar Hovo mee te maken heeft gehad en de kopstukken van de afgelopen 50 jaar worden hierin beschreven.

Op de 52ste verjaardag van Hovocubo vertellen we hoe Hovocubo is ontstaan. Me grote dank aan Tom Blok die ons het verhaal heeft verteld.

Er zijn nog een beperkt aantal boeken welke bij de kassa bij thuiswedstrijden.

Van volleybal naar zaalvoetbal

Hovocubo komt voort uit onvrede van vooral twee mensen, Gerard Kool en Tom Blok over de gang van zaken bij HSV Sport 1889, zoals de vereniging destijds heette. HSV Sport was wat tegenwoordig een omni-vereniging wordt genoemd: voetbal, volleyballen en korfbal.

Er was één overkoepelend bestuur, terwijl elke sporttak een zogeheten commissie had. Deze commissies waren ondergeschikt aan het bestuur, dat hoofdzakelijk uit voetballiefhebbers bestond. Feitelijk leider, dan wel bijna-baas van dit bestuur was belastingambtenaar Klaas Duursma. Een erg aardig, als evenzeer overheersend type: zo niet vrijwel alles dan wel zéér veel zelf doen, in ieder geval beslissen, daardoor automatisch van alle clubaspecten het best op de hoogte en op die manier bijna automatisch alle “macht” in handen hebbend. Kennis maakt macht. Niets tot weinig delegeren. Een bekend verschijnsel van vrijwel alle tijden en regionen.

Het ergerde Kool en Blok meer dan danig, dat voetballers uitmaakten wat er bij het volleybal gebeurde. Zij besloten bestuurlijk de beuk erin te gooien door zich in zekere zin zelfstandig te verklaren, zij het binnen de vereniging: een soort staatje in de staat. Om de destijdse uitdrukking van Gerard Kool te gebruiken: ”Ze kunnen ons de bout hachelen”. Een uitdrukking die Blok voor het eerst hoorde en nadien nooit meer.

De enige uitgave van het clubblad Smash & Block. De eigenlijke eerste stap naar Hovocubo

Er werd in het najaar van ’64 een buitengewone algemene ledenvergadering uitgeschreven. Een overvolle vergaderzaal: de tegenpartij had bijna alle leden opgetrommeld. Door de zo ontstane overgrote meerderheid van voetbal- en korfballeden werd beslist de volleybalcommissie te schorsen. Zeer veel heisa met grote stukken in de krant. Het idee om uit de vereniging te stappen en “voor zichzelf te beginnen” vatte vanaf dat moment post. Tom Blok begon per 1 november 1964 met een clubblad voor de volleybalsector met de niet echt originele naam “Smash & Block”. Dit was zeer tegen het  HSV-Sport zere been. Door tragische privé omstandigheden bij Tom Blok bleef het bij dit ene nummer van “Smash & Block” en de nieuwe clubkwestie lag maandenlang op een oor. Tot op een voorjaarsmorgen Gerard Kool Tom Blok vanaf zijn werk belde met de vraag: “Wat doen we? Als we wat willen, moet dat op korte termijn gebeuren, want het seizoen is vrijwel voorbij en we moeten ons binnen korte tijd als nieuwe club inschrijven.” Ze besloten de eerst komende training op donderdagavond 6 mei 1965 in een bijeenkomst in hotel Blokker op de Veemarkt om te zetten. De voor de training opgekomen spelers besloten tot oprichting van de nieuwe club. Eén lid, dat tevens als “spion” fungeerde voor Klaas Duursma, die toen de zaak al definitief beklonken was, gehuld in regenjas (als een soort Maigret volgens Kool en Blok) het hotel binnen kwam. De beide initiatiefnemers overwogen nog even 5 mei (Bevrijdingsdag) als oprichtingsdatum aan te houden, maar daar werd toch maar vanaf gezien. De naam werd later bedacht maar het begin van Hovocubo was een feit.

Hotel Blokker op de Veemarkt

Vermeldenswaard is nog dat Klaas Duursma nog wel wraak nam door als hotemetoot van de Hoornse/Westfriese afdeling van de volleybalbond NeVoBo, ze dwong vanaf de allerlaagste klasse te laten beginnen. Er werd weldegelijk geprobeerd dit aan te vechten, maar in de hogere bestuursregionen van NeVoBo bleek ene Klaas Duursma een grote rol te spelen… Voordeel van dit heel grote nadeel was wel dat Hovocubo jaren achtereen kampioen werd, na het aantrekken van Jan Drijver, Gerard Michels en vooral trainer/speler Johan Overdelinden van het op het hoogste landelijke niveau spelende DTS uit Enkhuizen, uiteindelijk hoger speelden dan enige Hoornse club ooit eerder. Tot het eerste herenzestal behoorden behalve de oprichters o.a.  ook Andries den Bakker, Veg Hakhoff, Willem Ursum en Jan Groen. De laatste zou op bestuurlijk niveau, zowel in de volleybalafdeling als algemeen, een grote rol spelen. Hij had van tijd tot tijd op het eerste gezicht soms vrij rigoureuze ideeën zoals het aantrekken van de speler/trainer, die ook al leek het een wel erg grote stap – voor Hovocubo om hoog, voor Over de Linden omlaag- eenmaal beproefd en uitgevoerd uitstekend uitvoerbaar. Enige bijverdiensten van Tom Blok op club-persniveau hielpen daarbij danig.

De volleyballers van Hovocubo met uiterst rechts Tom Blok. Naast hem Gerard Kool. Uiterst links Jan Groen.

Tegen het eind van het eerste bestaansjaar en competitieseizoen, voorjaar 1966, werd Tom Blok op een dag gebeld door Veg Hakhoff, die Hovo al snel had verlaten omdat zijn werk naar Den Helder werd verplaatst. Hij was daar in de sporthal gaan kijken (aan de Sportlaan meent Blok zich na 50 jaar te herinneren): ‘Daar speelde ze toch zulk een leuk voetbalspelletje, iets nieuws! ”Ja,” dacht Blok, “zou kunnen, maar wat moet ik daar precies mee?” Hakhoff deed pogingen Blok het spel zelf zowel als het leuke daaraan uit te leggen. Voor geen van beide lukte dat echt. Tom Blok moest gewoon eens komen kijken, drong hij aan. Het was iets voor Hovocubo, toch in voor nieuwe dingen. Dat klopte op zich zeker. Met o.a. Henk Horst, door Veg benaderd, ging men met de toen al oude Borgward (meer dan 300.000 km op dat moment) voor het eerst naar Den Helder. Veg bleek gelijk te hebben. Zaalvoetbal was niet zomaar, maar zonder meer een verdomd leuk spelletje. Veg stelde Blok voor aan dhr. Stuive, de (mede)oprichter en toenmalige voorzitter van de HZVO. Het leek Blok een goed idee Hovocubo het zaalvoetbal pad op te laten gaan. Alleen, wierpen zijn medebestuurders hem ook tegen, kregen ze nu wel bij Hovocubo juist datgene, waarvoor ze bij Sport waren weggegaan: meerdere takken van sport onder één clubdak. Er werd een organisatie(tje) opgezet, waarbij iedere sporttak een eigen bestuur (weer: tje) zou hebben. Omdat een vereniging niet als één geheel met 2 besturen (officieel) naar buiten kon treden, werd na niet al te lange tijd een soort hoofdbestuur ingesteld, dat echter geen zeggenschap had en kreeg over de specifieke afdelingszaken. Bestuurlijk werd de club zo wel een beetje een monstrum(pje), natuurlijk. In de één was Tom Blok penningmeester (zaalvoetbal) de ander secretaris en in het zo maar te noemen “hoofd” bestuur ook iets dergelijks. Secretaris/Penningmeester bleek later ook nog  een tot de mogelijkheden behorende functie. De exacte oprichtingsdatum voor de zaalvoetbaltak werd later gemakshalve een jaar na die van de volleybaltak genoteerd 6 mei 1966.

Jaap Bron, Nico Mantel, Rob Mantel, Cees van Noord, Rob Willems, Piet de Best, Aad Broerse, Wim de Best, Henk horst, Hans Blasweiler, Leo Peetoom en Paul Kaiser.

De competitie werd begonnen met een mix van volleyballers die ook veldvoetbalden en “echte” veldspelers als Henk Horst (HSV Sport) en Wim de Best. Jan Drijver, een ras volleyballer, stond op doel. De resultaten waren niet om over naar huis te schrijven. Pas toen Hovocubo betere spelers kreeg werden de resultaten navenant minder slecht. Met name keeper Kees van Noord met behalve nuttige, vaak ook zeer stijlvolle reddingen was een aanwinst. Ook de komst van enkele goede technische spelers -techniek, het specifieke eerste vereiste voor zaalvoetbal,- bracht Hovo steeds hoger op de ranglijst.

Langzamerhand speelde Hovocubo met echte voetballers en de volleyballers gingen zich weer tot het volleyballen beperken. In de verdediging nam Paul Kaiser de plaats over van Veg Hakhoff en ook Peter Schuffel kwam de aanval versterken. Het seizoen 1967/1968 begon Hovocubo de competitie met een vertoning die volgens het Noord Hollands Dagblad “lappendagvoetbal” genoemd mocht worden, Het werd een 0-0 gelijkspel tegen Zeemacht. De selectie van coach Piet de Best bestond dit seizoen uit: op doel Kees Van Noord, Paul Kaiser (ook wel de “zwarte parel”), Aad Broerse, Henk Horst, Nico Mantel, Rob Mantel, Wim de Best, Leo Peetoom, John Tonneman. Namen uit de beginjaren: Tom Blok, Veg Hakhoff, Willem Ursum, Fred Santing, Dolf van Doorn, Kok Hiemstra, Ronald Oudheusden, Joop Schoonen, Jan Drijver, Henk Horst, Wim de Best, Kees van Noord, Piet de Best, Leo Peetoom, Wim Groot, Nico Mantel, Robbie Mantel, Hans Blasweiler later kwam Aad Broerse erbij. Broerse had eigenlijk niet eens mogen meedoen, hij was nog geen 18 jaar maar er werd een beetje gelogen over zijn leeftijd. Toen begon het team de puntjes binnen te halen. Clubs die toen aan de zaalvoetbalcompetitie mee deden waren o.a. Seahawks, Atlas, Zeemacht, Watervogels, Oranje Wit , Scagha’66 en Marmag. Seahawks was een omni-vereniging van de Marine. Zij speelden voortdurend met wisselende samenstelling, die mannen waren immers steeds weer op zee.

Uiteindelijk werd dit het eerste topjaar van de vereniging. “Naast de nodige volleybal successen gelukt het de zaalvoetballers om vanuit een bijkans verloren positie toch nog gelijk te komen met koploper Oranje Wit, een luchtmacht ploeg. Een beslissingswedstrijd is noodzakelijk om te bepalen wie zich kampioen mag noemen. Op maandag 22 april 1968 vertrekken ruim honderd supporters in twee NACO-bussen naar Den Helder voor “de” match. De spelers zijn al eerder in een  met een Borgward en een Citroën vertrokken om zich ergens in Wieringermeer op de wedstrijd voor te bereiden”

De stand van 1968:

Leo Peetoom waagt zich een schot

1. Hovocubo 20 12 5 3 38-12 29
2. Oranje Wit 20 12 5 3 36-16 29
3. Scagha’66 19 9 5 3 31-23 29
4. Watervogels 19 10 1 8 32-29 21
5. Seahawks 20 10 1 9 31-32 23
6. Zeemacht 19 7 4 8 24-27 18
7. MID 19 6 5 8 24-34 17
8. HRC 17 9 3 9 20-30 17
9. VVV’58 19 5 5 9 14-22 15
10. W & O 19 4 4 11 25-37 12
11. Atlas 19 4 2 13 14-27 10

Fragment Noord Hollands Dagblad in 1968 van de beruchte beslissingswedstrijd: “Den Helder- Wat een spanning, wat een sensatie gisteravond in de sporthal, waar Hovocubo en Oranje Wit een beslissingsduel speelden om de titel in de hoofdklasse zaalvoetbal. In de verlenging met nog vijftien seconden te spelen, besliste Peetoom van Hovocubo met een droog schot de strijd: 1-0 en grote vreugde bij de formatie uit Hoorn; diepe teleurstelling bij Oranje Wit, dat zo keurig partij had gegeven.” Volgens het krantenartikel was de tribune tot aan de nok toe gevuld en werd er in de reguliere speeltijd en verlenging niet gescoord tot 15 sec. voor het einde van de wedstrijd.

Nieuwsgierig naar de contributie in die tijd? f 30,- per seizoen. Op 10 januari 1969 worden de statuten van Hovocubo voor het eerst Koninklijk goedgekeurd.

Op 11 maart 1978 wordt besloten dat Hovocubo Zaalvoetbal zich volledig los gaat maken van de Volleybal. John Tonneman en Rob van der Vuurst maakten hiervoor de nieuwe statuten voor ZVV Hovocubo.

Hovocubo, de naam

Door Tom Blok werd na die bewuste vergadering op 6 mei 1965 voorgesteld de nieuwe club UBO, inderdaad Uit Balorigheid Opgericht, te gaan noemen. Maar hij was het volledig met Gerard Kool eens dat er een veel klinkende naam gevonden moest worden. Hun grote voorbeeld was Olhaco, een destijds in de  hoogste-regionen spelende volleybalclub uit het Oosten des lands. Zeker niet voor de hand liggende namen als The Smash, Blokkeer of zoiets en al evenmin oubollige betitelingen als TOG en Sport. Een hele zondagmiddag waren ze tijdens een voetbalwedstrijd van Sport 1 doende op de tribune en in de kantine met het bedenken van een optima forma klinkende naam. In de tweede helft waren ze het er met elkaar al lang over eens, dat toch wel tot uitdrukking moest kunnen komen wat de nieuwe club deed en waar die vandaan kwam. Er was al een Hoornse Volleybalvereniging HVC en achteraf bezien vergde het eigenlijk veel tijd voor ze (vooral Gerard) op het idee kwamen het Hoornse Volleybal Club tot HoVoC te verkorten. HoVoC was eigenlijk ook niks en de voor de hand liggende conclusie er UBO achter te zetten, was snel getrokken. Nu hadden ze een naam die werkelijk klonk als een klok. Veel beter zelfs dan Olhaco of welke naam dan ook. En waar tevens het opstandige, ietwat rebelse tot in uitdrukking kwam. Dat het bijwoord “balorig” heel goed in de naam van een vereniging die het één en ander met de/een bal probeert te gaan doen, kwam des te beter uit….

Totaal niet hadden ze echter rekening gehouden met de mogelijkheid dat het “VO” zowel de volleybal- als latere voetballading zou gaan dekken. HOZAVOCUBO klinkt toch weer iets minder goed. Is eigenlijk zelfs geen gehoor.

Nico Mantel zal later het volgende nog verklaren: “Die naam is niet te koop”, doelend op een club met een gekoppelde sponsornaam. Secretaris Rob van der Vuurst hierover in het NHD van 20 maart 1992: “Er worden contacten gelegd in verband met de sponsoring. Maar onze naam zal niet veranderen. Ik zeg nooit nooit, maar het huidige bestuur is van mening dat we als vereniging herkenbaar moeten blijven voor het publiek.”