INLEIDING

Als vijftien jarig meisje maakte ik kennis met zaalvoetbal. Anton Spel was mijn coach bij Always Forward en lid van RTC’72. Op het veld hadden we een getalenteerde groep meiden. Anton besloot ons ook in de zaal te laten spelen, bij RTC. Al snel was ik bezeten van het spelletje. Wij speelden onze thuiswedstrijden in de Vredehof. Kwart voor zeven. Na ons de A-junioren van Hovocubo en daarna het grote Hovocubo. Na mijn wedstrijd, snel douchen en de tribune op. Hovocubanen als John Vissie, Michel Wentzel, Rene Wiersma, Luc Beerthuizen, Nico Prins, Claus Kok, Edwin de Ridder….. waren in die tijd spelers welke ook het eerste elftal zouden halen. Ondertussen verzamelden de spelers van het eerste bij de kleedkamerdeur in de zaal. En dan die magische koffer van Jan Kluun. Zo’n witte koffer met aan iedere kant twee Hovo-stickers geplakt. De tribune vulde zich naar mate de vrijdagavond vorderde. De spanning in mijn lijf steeg. Waar zouden ze vanavond in spelen? In het prachtige rode ridder-shirt met ’t blauwe kruis? Of in de witte of in de blauwe Admiral reserveshirts? En, zou Cees Mol? Of Peter Derix in doel staan? Pffff…. Al een belevenis voordat de wedstrijd begon. Warmlopen deden de spelers in die tijd altijd in de gang aan de achterzijde van de kleedkamers. En zodra de jeugd klaar was, kwamen de grote mannen de zaal in en kregen nog twee minuten de tijd om wat pass en trapvormen te doen. Niks terug naar de kleedkamer, niks line-up, direct de aftrap. Jaar in jaar uit was ik eerste en tweede kerstdag in de Vredehof te vinden. Het kersttoernooi in volle gang. Wat een fantastische tijd.

Ruud Schreuder, Elmo Harberts, Marco Koppes, Pascal van Beek, Michael Wayenberg, Rob Heus, Piet de Jong, Hans Tol, Luuk Beerthuizen, Paul Mantel, René van der Gracht, Nico de Greeuw en Tineke Diaz

Het is ruim tien jaar later. Ik studeerde fysiotherapie. Doordat ik veel in Amsterdam zat, raakte Hovo uit mijn vizier. Hans Tol, bestuurslid en teambegeleider van Hovocubo belde mij op. Hij kende mij van Always Forward. Of ik het leuk zou vinden om bij Hovo de verzorging te doen. “Wie? Ik? Echt?” Ik voelde mij enorm vereerd. “Hans, weet je zeker dat ik dat mag doen?” “Ja” zegt hij stellig. “Maar Hans” zeg ik “in dat team speelt Frank Neefjes, Frank is een goede vriend van mij. En ook Kees Visje dat is mijn coach bij Forward. Misschien is het goed als je eerst aan de spelersgroep vraagt of zij het goed vinden dat ik de verzorging ga doen” “Oké, is goed” we rondden het gesprek af en drie dagen later belt hij weer op. “Tineke, het is goed hoor. Jij bent de nieuwe verzorger van Hovocubo!”. Volgens mij heeft Hans de vraag nooit aan de spelersgroep gesteld. En ineens had ik die grote witte magische koffer met in totaal vier Hovocubo stickers erop geplakt in mijn handen. Hovo speelde in die periode niet meer op het hoogste niveau. Maar we hadden wel een goed team: Kees Visje, Frank Neefjes, Richard Brouwer, John-Paul van der Gracht, Michael Wayenberg, Paul Mantel, René van der Gracht, Arjen van der Laan, Marcel Gillebaard, en later ook Rob Heus, Arjan de Jager, Peter Dijkman, Luuk Beerthuizen, Nico Prins, Tjerk Akkerman, Ashvin Ramdin, Jeroen van Gierbergen, Edwin Degenaars…. En na afloop van de wedstrijd in de derde helft met z’n allen aan de lange tafel waar de meters bier voorbij kwamen.
Zeker de beginjaren deden we (Ik kon nu gewoon “we” zeggen, wat een trots) altijd mee voor het kampioenschap. En fantastische ritjes met een twintigpersoonsbusje van Alpha Tours. De broodjes in de bus, “met liefde” gesmeerd door Gerda, de vrouw van Nico. Vaak was Leo Giovannangelo mee voor radio Hoorn, soms Michel Anthoniesse om verslag te doen voor de krant. Zo herinner ik mij die ene keer dat we op een woensdagavond terug kwamen van een wedstrijd in Rotterdam. Ajax had ook gespeeld en de A10 stond helemaal vast. We reden in de Coentunnel en de bus raakte letterlijk midden in een kettingbotsing. Naast wat blikschade was met name de hilariteit groot toen bij het botsen tegen de auto voor ons, het toupetje van de chauffeur ineens op zijn stuur lag. De chauffeur, nog in shock van de botsing, kon de Hoornse humor niet in zijn geheel waarderen. Deze chauffeur hebben we na deze rit nooit meer gezien.

Mijn persoonlijke hoogtepunt in die periode was een kersttoernooi in Warmenhuizen bij Vios, Vesdo. Ruud Schreuder was toen coach en hij belde mij de avond ervoor op. “Tineke, dat toernooi morgen, jij bent er toch wel hé..?” “Ja zeker” zeg ik. “Oké, want we hebben een klein probleem. Een aantal spelers kan niet in verband met andere verplichtingen. Dus we zitten krap en we hebben ook geen keeper”. Ik grapte: “Oh, zal ik dan mijn spullen meenemen?” “Nou”, zegt Ruud… “eigenlijk wilde ik je dat wel vragen.” Nou, daar stond ik dan, Tineke Diaz in doel bij Hovocubo 1 op een toernooi in Warmenhuizen. We verloren de kruisfinale van Succes uit Volendam, maar we werden uiteindelijk derde door de troostfinale te winnen. Maar derde worden op zo’n toernooi met acht deelnemers…. Niet slecht toch?
Naar mate de jaren vorderden werd de sfeer wat minder in het team en wilde ik zelf ook nog zaalvoetballen. Precies tien seizoenen heb ik de verzorging gedaan waarna ik ervoor koos om afscheid te nemen. Voor de laatste wedstrijd van dat seizoen kreeg ik van Hans Tol een prachtig afscheidswoordje in het Spaans en Nico Mantel reikte mij een aantal CD-bonnen uit namens de club. Wel zei ik dat er in geval van nood een beroep op me gedaan kon worden. Dat is ook een aantal keren voorgekomen.

En dan is het 2008. Hovocubo haalt weer op grootse wijze de krant en ik besluit maar weer eens te komen kijken. El

UEFA Futsal Cup in Nova Gorica, Slovenië: Tim van Kippersluis, Joost Reus, Jasper Boon, Ronald van Leeuwen, Appie Attahiri, Issam el Bakkali, Sander van Dijk, Tineke Diaz, Tommy Huijser, Mo Ajnane, Dennis Selbach, Mick van der Gulik, Karim Ajnane, Amir Molkârâi, Youssef Makraou

Clasico. 5-1 voor Hovo in een uitverkochte Vredehof en ik vond het geweldig. Het seizoen loopt ten einde en de telefoon gaat. Inmiddels heb ik een mobiel. “Hey Tineke, met Peter Dijkman hier”. Om een lang verhaal kort te maken, of ik de taak als fysiotherapeut weer op me wilde nemen. Na een gesprek met Peter, Arjan de Jager en Sander van Dijk resulteerde dat in (zoals Sander dat altijd beschreef) een tandem met Hélène van Rooy. En dan wordt je bekerwinnaar, landskampioen, winnaar Supercup, je maakt meerdere keren de BeNe-beker wedstrijden mee en je gaat ook nog eens Europa in waar je met de jongens tegenover het Inter Movistar van Ricardinho staat. En ook de gezelligheid tijdens het kersttoernooi is nog altijd hetzelfde. Wat een weelde! De laatste jaren besluit ik de verzorging niet meer te willen doen, maar zolang er nog niemand is die Hélène kan helpen, laat ik de boel niet in de steek (dit is nu dus ook een oproep). Wel voel ik me zeer verbonden en op andere wijze ben ik nu Hovocubo dienstig. Met allerlei hand en span diensten samen met Danny van Wijngaarden, Marja van Dijk, Arie Gooyers, Paul Walkeuter, Jan Gasseling, Winfred Wester, Edo Klijn en Arnold Rampersad. Die magische witte koffer staat inmiddels in mijn fiets-box thuis opgeslagen en is ingeruild voor een laptop.

In de afgelopen decennia heb ik Hovocubo als een prachtige club ervaren. Een club waar je van houdt. Een club waar je voor leeft. Een club met een rijke geschiedenis, een mooie cultuur en een eigen identiteit.

In die hoedanigheid is vorig jaar besloten om een jubileumboek te schrijven. 50 jaar Hovocubo en daarmee ook 50 jaar zaalvoetbal is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Waar in bovenstaand schrijven een aantal persoonlijke herinneringen en anekdotes uit verschillende periodes naar voren komen zullen in het boek ook talloze herinneringen en anekdotes van diverse roemruchte Hovocubanen naar voren komen. U zult als lezer worden meegenomen naar vijftig jaar Hovocubo. Hoe is de vereniging en het zaalvoetbal ontstaan en door wie is de club opgericht? Wie was de eerste Hovocubo speler in het Nederlands zaalvoetbalelftal en hoe verliep het eerste kampioensjaar? En kent u de column van het laatste kampioensjaar en het Europese avontuur?

Er is gebruik gemaakt van enorm veel beschikbare documentatie. De 14 plakboeken van Nico Mantel, het archief van Rob van der Vuurst, onvergetelijke stukken tekst van Chris Wobben en Sander van Dijk die zijn hergebruikt, het verhaal van Tom Blok en vooral door veel met mensen over het verleden te spreken. Wanneer je vraagt of ze even met je mee terug willen in de tijd, beginnen ogen te glinsteren. “Wat heb ik toen een prachtige tijd meegemaakt” was een veel gehoorde reactie.

Ik hoop van harte dat al deze aspecten in dit boek zullen leiden tot een glimlach en een sterk clubgevoel… Ik wens u veel leesplezier en wij hopen u bij de wedstrijden van onze club terug te zien. Trots op Hovocubo.

Tineke Diaz